vorige  |  volgende
tweevlek  (Epitheca bimaculata)

Zeer zeldzame en atypische glanslibel, die meer op een korenbout lijkt.

Onderorde

libellen

Familie

glanslibellen (Corduliidae)
meer informatie over deze familie »

Kenmerken

55-60 mm. Grote soort. Lichaamskleuren bruin, oranje en zwart, zonder metaalglans zoals bij alle andere glanslibellen. Ogen van uitgekleurde dieren wel glimmend met metaalglans, maar minder felgroen dan bij andere soorten uit de familie. Vleugels met oranje tint, vooral duidelijk bij de voorranden. In de basis van de achtervleugels staat een grote zwarte vlek. Mannetje: achterlijf breed beginnend en spits toelopend. Segmenten 1 en 2 oranje, de overige segmenten zwart met oranje zijvlekken. Achterlijfsaanhangselen opvallend V-vormig. Vrouwtje: als mannetje, maar breder gebouwd. Oranje vlekken aan de zijkanten van het achterlijf zijn veel uitgebreider, waardoor er een zwarte, spits toelopende streep op het midden van de achterlijfsrug overblijft.

Gelijkende soorten

Door lichaamskleur, patroon en zwarte basisvlekken in de achtervleugels lijkt de tweevlek meer op de viervlek en de bruine korenbout dan op andere soorten uit de familie van de glanslibellen.

Dit verspreidingsbeeld is gebaseerd op waarnemingen die zijn doorgegeven aan De Vlinderstichting. Het ontbreken van stippen op de kaart betekent dus niet per se dat de soort daar niet voorkomt. Het kan ook betekenen dat de soort er wel zit, maar dat we daar vandaan (nog) geen waarnemingen ontvangen hebben.
  Klik op het kaartje voor een vergroting

Dit vliegtijdendiagram is gebaseerd op waarnemingen die zijn doorgegeven aan De Vlinderstichting.

Voorkomen

Uiterst zeldzaam

Habitat

Vrij grote en diepe stilstaande wateren, zoals meren, plassen, dode rivierarmen en visvijvers. Het water is rijk aan ondergedoken waterplanten en meestal visrijk.

Vliegtijd en gedrag

Korte vliegtijd: mei en juni. De enige Nederlandse waarneming werd gedaan op 8 juni. Jonge imago’s houden zich voornamelijk in het bos op, maar worden niet vaak waargenomen. Geslachtsrijpe tweevlekken worden meestal vliegend boven open water gezien, ver uit de kant. De mannetjes maken daar lange patrouillevluchten. Vrouwtjes zetten de eitjes solitair af in volle vlucht, op plaatsen met veel waterplanten. Ze persen een klomp van honderden eitjes uit het achterlijf, zichtbaar als een oranje bal, en dippen dan het achterlijf in het water. De eitjes laten los, zwellen op en de bal ontvouwt zich tot een lange sliert die met waterplanten verstrengeld raakt.

Levenscyclus

De larven overwinteren twee of drie keer. Uitsluipen vindt in Centraal-Europa vrijwel uitsluitend plaats in mei.

Laatste wijziging: 8 februari 2010
Meer over deze soort:
Foto: Kim Huskens
Jong mannetje
Noord-Frankrijk - 22 mei 2009
Foto: Jo Hermans
Jong vrouwtje
Noord-Frankrijk - 10 mei 2009
Foto: Jo Hermans
Larvenhuidje
Noord-Frankrijk - 10 mei 2009
 meer foto's »