vorige  |  volgende
gewone bronlibel  (Cordulegaster boltonii)

Grootste libel van Nederland.

Onderorde

libellen

Familie

bronlibellen (Cordulegastridae)
meer informatie over deze familie »

Kenmerken

74-85 mm. Grootste libel van Nederland, grootste exemplaren ietsje groter dan de grote keizerlibel. Vrouwtjes gemiddeld groter dan mannetjes. Achterlijf zwart, met op de meeste segmenten twee gepaarde gele vlekjes (midden op segment) en twee gepaarde kleine gele streepjes (bij achterrand segment). Borststuk zwart met gele strepen. Ogen groen. Kenmerkend voor de familie bronlibellen is dat de ogen elkaar bovenop de kop slechts in één punt raken. Mannetje: duidelijke knotsvormige verbreding van het achterlijf, ter hoogte van segmenten 7-9. Vrouwtje: lange legschede, die duidelijk voorbij het uiteinde van het achterlijf steekt.

Gelijkende soorten

Vrouwtjes van de blauwe glazenmaker. In Zuid- en Zuidoost-Europa komt de sterk gelijkende zuidelijk bronlibel voor. Deze soort is in België en Duitsland tot vlakbij de Nederlandse grens waargenomen!

Dit verspreidingsbeeld is gebaseerd op waarnemingen die zijn doorgegeven aan De Vlinderstichting. Het ontbreken van stippen op de kaart betekent dus niet per se dat de soort daar niet voorkomt. Het kan ook betekenen dat de soort er wel zit, maar dat we daar vandaan (nog) geen waarnemingen ontvangen hebben.
  Klik op het kaartje voor een vergroting

Dit vliegtijdendiagram is gebaseerd op waarnemingen die zijn doorgegeven aan De Vlinderstichting.

Voorkomen

Zeer zeldzaam

Habitat

Schone, zuurstofrijke bovenlopen van beken, vaak met veel schaduw.

Vliegtijd en gedrag

Eind mei tot en met eind augustus. Hoogste aantallen vanaf half juni tot en met eind juli. De meeste waarnemingen worden gedaan van patrouillerende mannetjes die rustig heen en weer vliegen boven de beek, laag boven het water. Op die wijze wordt een tijdelijk ‘territorium’ van vaak meerdere tientallen meters verdedigd tegen andere mannetjes. Vrouwtjes die zich bij het water laten zien worden direct gegrepen voor de paring, wat meestal in het bos plaatsvindt. Eitjes worden solitair door het vrouwtje in vlucht afgezet, op een zeer karakteristieke manier: het achterlijf wordt recht naar beneden gehouden en met snelle op-en-neergaande vliegbewegingen prikt ze de legschede in het bodemsubstraat van de beek, waarbij steeds enkele eitjes worden afgezet (‘naaimachinemethode’). Gewone bronlibellen jagen op zonnige plekken in de buurt van bos, bijvoorbeeld langs bosranden of boven bospaden. Ze vliegen hierbij met hoge snelheid en vaak op meerdere meters hoogte.

Levenscyclus

Het larvenstadium duurt lang. Bij gunstige omstandigheden kan de soort na twee winters al uitsluipen, maar meestal overwintert de soort drie of vier keer, soms zelfs vijf keer. Uitsluipen gebeurt van eind mei tot begin augustus, met de hoogste aantallen tussen half juni en half juli.

Laatste wijziging: 8 februari 2010