vorige  |  volgende
kleine tanglibel  (Onychogomphus forcipatus)

Zeldzame rombout, van beken en rivieren met grindbanken.

Onderorde

libellen

Familie

rombouten (Gomphidae)
meer informatie over deze familie »

Kenmerken

50-53 mm. Borststuk geel met een warrige tekening van golvende zwarte strepen. Achterlijf zwart met een reeks ingesnoerde gele vlekken op de rug (bovenaanzicht). Ogen groen, met daartussen twee gele dwarsstreepjes. Mannetje: kenmerkende achterlijfsvorm door verbreding van segmenten 7-10, in combinatie met karakteristieke, tangvormig naar elkaar toegebogen achterlijfsaanhangselen. Gele vlekken aan bovenzijde van achterlijf nemen ongeveer de helft van de segmentlengte in. Bij sommige donkere exemplaren is de lichte tekening echter gereduceerd en grijzig van kleur. Vrouwtje: gele achterlijfsvlekken breed en ca. driekwart van de segmentlengte innemend. Breder postuur, zonder verbreding van het achterlijf en zonder opvallend gevormde achterlijfsaanhangselen.

Gelijkende soorten

Andere rombouten, inclusief gaffellibel. In Zuid-Europa ook de grote tanglibel.

Dit verspreidingsbeeld is gebaseerd op waarnemingen die zijn doorgegeven aan De Vlinderstichting. Het ontbreken van stippen op de kaart betekent dus niet per se dat de soort daar niet voorkomt. Het kan ook betekenen dat de soort er wel zit, maar dat we daar vandaan (nog) geen waarnemingen ontvangen hebben.
  Klik op het kaartje voor een vergroting

Dit vliegtijdendiagram is gebaseerd op waarnemingen die zijn doorgegeven aan De Vlinderstichting.

Voorkomen

Zeer zeldzaam

Habitat

Zonnige en stenige beken en rivieren. In het buitenland soms ook in de branding van grote meren.

Vliegtijd en gedrag

Begin juni tot begin september, hoogste aantallen van begin juli tot half augustus. Mannetjes kleine tanglibel zijn vaak op stenen of uitstekende takken langs de waterkant te vinden. Ze hebben hierbij vaak een zeer karakteristieke houding: het achterlijf wordt schuin omhoog gehouden, maar het verbrede uiteinde van het achterlijf weer horizontaal boven de grond. De grote, tangvormige achterlijfsaanhangselen vallen hierdoor extra op. Vanaf hun uitkijkpost maken de mannetjes korte vluchten over het water om ander libellen te verjagen of om achter vrouwtjes aan te gaan. De eitjes worden vliegend in klompjes afgezet, in open water.

Levenscyclus

De larven overwinteren meestal drie keer. Uitsluipen gebeurt van begin juni tot in augustus, maar vooral in juli.

Laatste wijziging: 8 februari 2010
Meer over deze soort:
Foto: Kim Huskens
Mannetje
Stara Planina (Bulgarije) - 7 juli 2007
Foto: Kim Huskens
Vrouwtje
Rhodopi (Bulgarije) - 12 juli 2007
Foto: Kim Huskens
Mannetje in habitat
Rhodopi (Bulgarije) - 22 juli 2007
 meer foto's »