vorige  |  volgende
zuidelijke keizerlibel  (Anax parthenope)

Grote zuidelijke soort, die steeds vaker in Nederland wordt gezien.

Onderorde

libellen

Familie

glazenmakers (Aeshnidae)
meer informatie over deze familie »

Kenmerken

62-75 mm. Zeer variabel gekleurde soort. Grondkleur achterlijf meestal grotendeels bruin, maar soms ook donkergrijs, donkerblauw of paarsig. Over de achterlijfsrug loopt een zwarte lengtestreep. Aan de basis van segment 2 bevindt zich een gele ring. Borststuk eenkleurig bruin, vaak met grijze, groenige, of violette tint. Borststuk nooit helder groen. Mannetje: segment 2 en begin van 3 hemelsblauw gekleurd, een opvallend ‘zadel’ vormend. Dit zadel steekt meestal opvallend af bij de rest van de achterlijfskleur. De blauwe kleur van het zadel is ook aan de zijkanten van de segmenten zichtbaar. Vrouwtje: kleur achterlijf zeer variabel, meestal zonder duidelijk zadel. Vleugels meestal met doorzichtige bruine vlek, die beperkt is tot de tophelft van de vleugels.

Gelijkende soorten

Blauwe exemplaren lijken veel op grote keizerlibel, bruine exemplaren op zadellibel. Vooral de vrouwtjes zijn lastig van deze soorten te onderscheiden.

Dit verspreidingsbeeld is gebaseerd op waarnemingen die zijn doorgegeven aan De Vlinderstichting. Het ontbreken van stippen op de kaart betekent dus niet per se dat de soort daar niet voorkomt. Het kan ook betekenen dat de soort er wel zit, maar dat we daar vandaan (nog) geen waarnemingen ontvangen hebben.
  Klik op het kaartje voor een vergroting

Dit vliegtijdendiagram is gebaseerd op waarnemingen die zijn doorgegeven aan De Vlinderstichting.

Voorkomen

Zeldzaam. Wordt tegenwoordig jaarlijks op meerdere plaatsen waargenomen en voortplanting is recent vastgesteld.

Habitat

Meestal (vrij) grote plassen met een goed ontwikkelde oevervegetatie. Zwervers kunnen ook elders worden verwacht.

Vliegtijd en gedrag

Begin juni tot en met eind augustus. Zuidelijke keizerlibellen zijn schuw en vliegen vaak ver uit de kant boven het open water, of hoog boven het land. Ze laten zich moeilijk vangen, waardoor alle kenmerken met behulp van een verrekijker moeten worden genoteerd. Dit vereist oefening. Eiafzet vindt in tandem plaats. Dit in tegenstelling tot de grote keizerlibel, waarvan het vrouwtje de eitjes solitair afzet. De eitjes worden meestal afgezet in drijvend plantenmateriaal.

Levenscyclus

De larven overwinteren een of twee keer. Uitsluipen gebeurt in Zuid-Europa vanaf het vroege voorjaar tot laat in de zomer, maar in Nederland vermoedelijk van juni tot en met augustus.

Laatste wijziging: 27 januari 2009
Meer over deze soort:
Foto: Fred Visscher
Mannetje
Wieringermeer - 19 juli 2007
Foto: Klaas van Haeringen
Vrouwtje
Zuid-Frankrijk - 7 augustus 2009
Foto: Peter Hoppenbrouwers
Millingen a/d Rijn - 15 juli 2007
 meer foto's »