vorige  |  volgende
paardenbijter  (Aeshna mixta)

Kleine glazenmaker die in de nazomer vaak in groepen rondvliegt.

Onderorde

libellen

Familie

glazenmakers (Aeshnidae)
meer informatie over deze familie »

Kenmerken

56-64 mm. De kleinste glazenmaker. Achterlijf donker met mozaïektekening van licht gekleurde vlekken. Zijkant borststuk donker, met twee gele banden, die aan de bovenkant vaak blauw getint zijn. Schouderstrepen bij beide geslachten gereduceerd tot korte streepjes. Op de rugzijde van achterlijfsegment 2 staat een grote gele spijkervormige figuur. Voorrandader van de vleugels bruin. Mannetje: Ogen bruinblauw. Bovenzijde achterlijfsegmenten met twee vrijwel ronde blauwe vlekjes aan de achterrand. Op het midden van de segmenten staan twee kleine gele driehoekjes. Vrouwtje: Ogen bruin met geel of groen. Achterlijfstekening met zowel gele als bruine vlekken, op de laatste paar segmenten alleen met gele vlekjes.

Gelijkende soorten

Venglazenmaker, zuidelijke glazenmaker (vooral vrouwtjes) en glassnijder.

Dit verspreidingsbeeld is gebaseerd op waarnemingen die zijn doorgegeven aan De Vlinderstichting. Het ontbreken van stippen op de kaart betekent dus niet per se dat de soort daar niet voorkomt. Het kan ook betekenen dat de soort er wel zit, maar dat we daar vandaan (nog) geen waarnemingen ontvangen hebben.
  Klik op het kaartje voor een vergroting

Dit vliegtijdendiagram is gebaseerd op waarnemingen die zijn doorgegeven aan De Vlinderstichting.

Voorkomen

Zeer algemeen. Een deel van de paardenbijters die in Nederland rondvliegen betreft immigranten vanuit het zuiden of oosten. Hoe groot dit aandeel is, is niet bekend.

Habitat

Stilstaande en zwak stromende wateren met een rijke moerasvegetatie: poelen, plassen, sloten, laagveen, etc. Soms ook brak water.

Vliegtijd en gedrag

Laat vliegende soort: van begin juli tot in november, grootste aantallen in augustus en september. Paardenbijters zijn vooral in de middag actief, op warme avonden zelfs tot diep in de schemering. Imago’s worden vaak in groepen aangetroffen, jagend langs bosranden op boomkruinhoogte. Mannetjes vertonen territoriaal gedrag langs de waterkant, maar zijn minder agressief dan andere glazenmakers. Eitjes worden door het vrouwtje afgezet in allerlei levende en dode plantendelen.

Levenscyclus

Een jaar, mogelijk soms twee jaar. De (eerste) winter wordt doorgebracht als ei. Uitsluipen gebeurt gedurende een lange periode (geen duidelijke piek), van eind juni tot eind september.

Laatste wijziging: 8 februari 2010
Meer over deze soort:
Foto: Kim Huskens
Mannetje
Millingen a/d Rijn - 26 augustus 2007
Foto: Ab H. Baas
Vrouwtje
Hardenberg - 29 juli 2003
 meer foto's »