vorige  |  volgende
bruine glazenmaker  (Aeshna grandis)

Maakt een geheel bruine indruk, zelfs de vleugels.

Onderorde

libellen

Familie

glazenmakers (Aeshnidae)
meer informatie over deze familie »

Kenmerken

70-77 mm. Forse glazenmaker, die door gekleurde vleugels extra groot overkomt. Lichaam grotendeels bruin. Zijkant borststuk met twee gele banden. Vleugels oranjebruin, duidelijk donkerder dan de berookte vleugels van sommige andere glazenmakers. Pterostigma’s bruin. Mannetje: blauwe vlekjes op zijkant van achterlijf, bovenzijde van segment 2 en bovenkant van de ogen. Bovenzijde van overige achterlijfsegmenten met zeer kleine gele vlekjes. Vrouwtje: gele vlekjes op zijkant van achterlijf en zeer kleine gele vlekjes op bovenzijde achterlijf.

Gelijkende soorten

Geen, hooguit de vroege glazenmaker die een oranjebruin achterlijf heeft.

Dit verspreidingsbeeld is gebaseerd op waarnemingen die zijn doorgegeven aan De Vlinderstichting. Het ontbreken van stippen op de kaart betekent dus niet per se dat de soort daar niet voorkomt. Het kan ook betekenen dat de soort er wel zit, maar dat we daar vandaan (nog) geen waarnemingen ontvangen hebben.
  Klik op het kaartje voor een vergroting

Dit vliegtijdendiagram is gebaseerd op waarnemingen die zijn doorgegeven aan De Vlinderstichting.

Voorkomen

Algemeen

Habitat

Rijk begroeide wateren, meestal in bosrijke omgeving: vennen, plassen, laagveen, sloten etc. Sporadisch ook bij langzaam stromend water.

Vliegtijd en gedrag

Van begin juni tot in oktober, vliegpiek in augustus. Bruine glazenmakers zijn een groot deel van de dag actief, soms ook ’s ochtends vroeg en ‘s avonds laat. Ze vliegen in een rustig tempo hoog door de lucht, meestal op beschutte plaatsen (bv. halfopen bos). Hier jagen ze op allerlei insecten, waaronder relatief vaak grote insecten. Vlinders en andere libellen worden bijvoorbeeld regelmatig door bruine glazenmakers gevangen. Mannetjes maken patrouillevluchten boven het open water, waarbij ze de komst van vrouwtjes afwachten en andere mannetjes verjagen. Na de paring zet het vrouwtje solitair haar eitjes af in dode of levende planten. Ook vermolmd hout en ander zacht materiaal langs de waterkant wordt gebruikt.

Levenscyclus

Duurt een of twee jaar. De (eerste) winter wordt als ei doorgebracht. Uitsluipen gebeurt van begin juni tot in september, met een piek in juli en augustus.

Laatste wijziging: 8 februari 2010
Meer over deze soort:
Foto: Jan Wessels
Paringswiel
Holten - 18 augustus 2009
Foto: Kim Huskens
Mannetje
Biebzra (Polen) - 5 augustus 2008
Foto: Frank Baardman
Vrouwtje
Westbroek - 6 oktober 2007
 meer foto's »