vorige  |  volgende
koraaljuffer  (Ceriagrion tenellum)

Kleine, laat vliegende rode juffer.

Onderorde

juffers

Familie

waterjuffers (Coenagrionidae)
meer informatie over deze familie »

Kenmerken

25-35 mm. Poten lichtrood. Borststuk aan bovenzijde bronskleurig. Schouderstrepen zeer smal of afwezig. Geen achteroogsvlekken. Mannetje: achterlijf geheel bloedrood. Ogen rood. Pterostigma’s donkerrood. Vrouwtje: op basis van achterlijfskleur zijn drie vormen te onderscheiden: Vorm erythrogastrum lijkt sterk op het mannetje door een geheel rood achterlijf. Alleen de segmentranden zijn donker. Vorm typica is donker gekleurd op segmenten 4 tot en met 8, soms iets meer, soms iets minder. Vorm intermedium betreft allerlei overgangsvormen tussen erythrogastrum en typica. Vorm melanogastrum heeft een geheel donker gekleurd achterlijf.

Gelijkende soorten

Vuurjuffer, de enige andere rode juffer.

Dit verspreidingsbeeld is gebaseerd op waarnemingen die zijn doorgegeven aan De Vlinderstichting. Het ontbreken van stippen op de kaart betekent dus niet per se dat de soort daar niet voorkomt. Het kan ook betekenen dat de soort er wel zit, maar dat we daar vandaan (nog) geen waarnemingen ontvangen hebben.
  Klik op het kaartje voor een vergroting

Dit vliegtijdendiagram is gebaseerd op waarnemingen die zijn doorgegeven aan De Vlinderstichting.

Voorkomen

Tot voor kort vrij zeldzaam tot vrij algemeen, maar deze zuidelijke soort wordt de laatste jaren snel algemener. Inmiddels algemeen in Drenthe en het oosten van Noord-Brabant.

Habitat

Vennen en (minder vaak) plassen, vaak met veenmosvegetatie en pitrus of pijpenstrootje. Daarnaast op kwelrijke plaatsen, zowel met stilstaand als met stromend water.

Vliegtijd en gedrag

Van eind mei tot eind september, vliegpiek in tweede helft van juli en eerste van augustus. De imago’s blijven doorgaans in de buurt van het water en zijn dan aan te treffen tussen pijpenstrootje of pitrus. Eitjes worden in tandem afgezet op uit het water stekende planten, drijvend veenmos, of andere drijvende planten.

Levenscyclus

De levenscyclus duurt een, mogelijk soms twee jaar. De larven zijn nog niet volledig volgroeid als ze de (laatste) winter in gaan. Uitsluipen gebeurt van eind mei tot eind augustus, met een piek in juli en begin augustus.

Laatste wijziging: 8 februari 2010
Meer over deze soort:
Foto: Kim Huskens
Mannetje
Nijnsel - 30 juni 2008
Foto: Eelke Schoppers
Vrouwtje
Taarlo - 10 juni 2006
Foto: Eelke Schoppers
Paringswiel
Balloo - 12 juli 2006
 meer foto's »