vorige  |  volgende
mercuurwaterjuffer  (Coenagrion mercuriale)

Zuid-Europese soort van kleine beekjes.

Onderorde

juffers

Familie

waterjuffers (Coenagrionidae)
meer informatie over deze familie »

Kenmerken

27-31 mm. Kleine, compact gebouwde waterjuffer met relatief smalle schouderstrepen. Mannetjes: grondkleur achterlijf en borststuk diepblauw. De zwarte tekening op segment 2 is variabel, maar meestal in de vorm van een ‘mercuriushelm’: een driehoek met daaraan twee hoorns. Figuurtjes op segmenten 3, 4 en 5 ingesnoerd en in het midden met een kleine spits, ongeveer de helft van het segment beslaand. Segment 6 eveneens voor ongeveer de helft zwart. Segment 7 met klein beetje blauw aan de basis. Segmenten 8 en 9 grotendeels blauw. Vrouwtje: bleke grondkleur: groen, geel, beige of blauw. Achterlijfsrug geheel donker. Enige harde kenmerk is de vorm van de achterrand van het halsschild (zie Detailkenmerken).

Gelijkende soorten

Andere blauwe waterjuffers en watersnuffel.

Dit verspreidingsbeeld is gebaseerd op waarnemingen die zijn doorgegeven aan De Vlinderstichting. Het ontbreken van stippen op de kaart betekent dus niet per se dat de soort daar niet voorkomt. Het kan ook betekenen dat de soort er wel zit, maar dat we daar vandaan (nog) geen waarnemingen ontvangen hebben.
  Klik op het kaartje voor een vergroting

Dit vliegtijdendiagram is gebaseerd op waarnemingen die zijn doorgegeven aan De Vlinderstichting.

Voorkomen

Verdwenen uit Nederland. De kans dat de soort opnieuw in Nederland opduikt is klein, maar niet uitgesloten. In Duitsland en België komen populaties voor op minder dan 100 km van onze grens.

Habitat

Kleine, zuurstofrijke beekjes, die niet dichtvriezen in de winter. Meestal door kwel gevoed, kalkhoudend, in de volle zon gelegen en met uitbundige plantengroei.

Vliegtijd en gedrag

In de ons omringende landen van eind mei tot eind juli. De meeste imago’s zijn tussen de in het water staande planten te vinden en in de vegetatie langs de beek, zelden verder dan 10 meter van de waterkant. Overnachten gebeurt ook op enkele meters afstand van de beek. Eitjes worden in tandem onder de waterspiegel afgezet, in ondergedoken of in het water staande planten.

Levenscyclus

In onze streken overwinteren de larven meestal tweemaal. Uitsluipen gebeurt in het voorjaar, hoofdzakelijk in mei.

Laatste wijziging: 8 februari 2010
Meer over deze soort:
Foto: Tim Termaat
Mannetje
19 juni 2008
Foto: Tim Termaat
Vrouwtje
19 juni 2008
Foto: Tim Termaat
Tandem
19 juni 2008
 meer foto's »