
Verklarende woordenlijstachterlijfzie Anatomie van de libelachterlijfaanhangselenzie Anatomie van de libelachtervleugelzie Anatomie van de libeladultgeslachtsrijpe libel; uitgekleurde libelAnisopteraonderorde van de Ongelijkvleugeligen; 'echte' libellenberijpinggrijze of blauwe bestuiving op het achterlijf van sommige libellensoorten (meestal adulte mannetjes), bestaande uit microscopisch kleine wasschilfertjes.biotoopleefgebied van een plant- of diersoort, omschreven als landschapstype (gezien vanuit de mens). Voorbeelden: ven, beek, loofbos. Wordt vaak (onjuist) als synmiem gebruikt van habitat.borststukzie Anatomie van de libelbufferinghet vermogen van een waterlichaam of bodem om zure stoffen te neutraliseren. De zuurgaad (pH) wordt hierdoor in meer of mindere mate gestabiliseerd.caudale lamellenander woord voor kiembladen; de drie langwerpige aanhangsels aan het achterlijf van jufferlarven. Deze worden gebruikt voor ademhaling en voortbeweging.copulaander woord voor paringsrad; fase in de paring waarin mannetje en vrouwtje hartvormig aan elkaar verbonden zijndetritusfijn verdeeld, dood plantenmateriaal dat in het water zweeft en op de waterbodem ligtendofytische ei-afzetwijze van ei-afzet, waarbij de eitjes in de stengels of bladen van planten worden geprikteutrofiëringander woord voor vermesting; sterke verrijking van het water met voedingsstoffen, zoals nitraat en fosfaateutroofvoedselrijk. Water is eutroof als er veel voedingsstoffen zoals nitraat en fosfaat in zitten.exofytische ei-afzetwijze van ei-afzet, waarbij de eitjes niet in planten worden afgezet, maar los in het water, op de oever, enz.exuviaeander woord voor larvenhuidje; het huidje dat langs de waterkant achterblijft wanneer een libel is uitgeslopendrijfbladvegetatievegetatie bestaande uit waterplanten met drijvende bladeren, zoals fontijnkruiden, waterlelie, gele plomp, enz.drijvende vegetatievegetatie bestaande uit waterplanten met drijvende bladeren, zoals fontijnkruiden, waterlelie, gele plomp, enz. Soms worden hiermee ook veenmossen in het water bedoeld.familiegroep waarbinnen een aantal nauw verwante geslachten wordt verenigd (zie ook taxonomie)genitaliëngeslachtsorganengeslachteen groep van nauw verwante soorten binnen een familie (zie ook taxonomie)habitatleefgebied van een plant- of diersoort, gezien vanuit de soort, met alle noodzakelijke onderdelen en omgevingsfactoren. Voorbeelden: langzaam stromende binnenbocht van een beek, met fijn zand op de bodem (beekrombout); verlandingszone van een matig voedselrijk ven, met veel verschillende vegetatiestructuren (speerwaterjuffer). Wordt vaak (onjuist) als synmiem gebruikt van biotoop.halsschildzie Anatomie van de libelhamuluszie Anatomie van de libelhelophytenplanten die in het water wortelen, maar met hun stengels boven het water uitsteken, meestal op de overgang van land naar water (bv. riet)Habitatrichtlijnrichtlijn van de Europese Unie waarin aangegeven wordt welke soorten en natuurgebieden (habitats) beschermd moeten worden door de lidstatenhoogveenbodemsoort ontstaan uit onder water verteerde planten, waarvan de oppervlakte boven het omringende water ligt. De vegetatie is meestal rijk aan veenmossen.imago'volwassen' libel; het laatste levensstadium, waarin libellen kunnen vliegenjuvenieljong, pas uitgeslopen imago, nog niet geslachtsrijpkanalisatiekunstmatig rechttrekken van een beek of rivier, waardoor een eentonig waterloop ontstaatkiewbladenander woord voor caudale lamellen; de drie langwerpige aanhangsels aan het achterlijf van jufferlarven. Deze worden gebruikt voor ademhaling en voortbeweging.knoopzie Anatomie van de libelkoloniserenzich vestigen in een nieuw leefgebiedkwelgrondwater dat door druk aan de oppervlakte komt, of terecht komt in het oppervlaktewater. Dit heeft vaak een positief effect op de waterkwaliteit.laagveenbodemsoort ontstaan uit onder water verteerde planten, waarvan de oppervlakte nauwelijks boven het omringende water ligtlarvaal stadiumDe periode die een libellenlarve doorbrengt tussen twee vervellingen. Een larve doorloopt zodoende verschillende larvale stadia, voordat het voor de laatste keer vervelt en een imago wordt. Soms wordt met het larvale stadium ook de gehele periode bedoeld die een libel als larve doorbrengt.larvenhuidjehuidje dat achterblijft na de vervelling van een libellenlarve. Meestal wordt het laatste vervellingshuidje bedoeld, dat in op de oever achterblijft na het uitsluipen van de libel; wordt ook wel exuviae genoemd.legapparaatzie Anatomie van de libellegschedezie Anatomie van de libelmaturatiefasede fase waarin een imago geslachtsrijp wordtmesotroofmatig voedselrijk. Water is mesotroof als er weinig (maar niet zeer weinig) voedingsstoffen zoals nitraat en fosfaat in zitten.metamorfosede lichamelijke veranderingen die een larve meemaakt in zijn ontwikkeling naar imagometapopulatiecomplex van samenhangende populaties, waarbinnen uitwisseling van individuen plaatsvindtOdonataorde der libellen. Hiertoe behoren zowel de onderorde van de juffers als de onderorde van 'echte' libellen.oligotroof(zeer) voedselarm. Water is oligitroof als het zeer weinig voedingsstoffen zoals nitraat en fosfaat bevat.ondergedoken vegetatievegetatie van waterplanten die zich onder de waterspiegel bevindenonderordegroep waarbinnen een aantal verwante families wordt verenigd (zie ook taxonomie)paringsrad/paringswielander woord voor copula; fase in de paring waarin mannetje en vrouwtje hartvormig aan elkaar verbonden zijnpioniersoort(libellen)soort met een voorkeur voor recent ontstane habitatspopulatiegroep individuen van dezelfde soort, met een dusdanige ruimtelijke samenhang dat onderlinge voortplanting kan plaatsvindenprolarveovergangsstadium tussen ei en eerste larvale stadium van een libelpseudopterostigmaprimitief pterostigma (vleugelvlekje), alleen aanwezig bij vrouwtjes beekjuffers. Voor pterostigma: zie Anatomie van de libel.pterostigmazie Anatomie van de libelreproductiefasefase waarin een imago sexueel actief wordt en aan de voortplanting deelneemtrietlandhoogopgaande vegetatie van voornamelijk riet, andere grasachtige planten en hoogopgaande kruiden, die minstens een deel van het jaar met de voet in hetwater van voedselrijke moerassen of oevers van rivieren of beken staan Rode Lijsteen lijst met soorten die door hun zeldzaamheid en achteruitgang bedreigd worden in hun voortbestaan; met verschillende categorieën wordt aangegeven in welke mate de soorten bedreigd wordenruigte(vegetatie)hoog opschietende vegetatie met veel overjarige kruiden; vaak op drassige grondsecundair geslachtsapparaatzie Anatomie van de libeltandempositie in de paring, waarin het mannetje met zijn achterlijfsaanhangselen is verbonden met halsschild of achterhoofd van het vrouwtje, maar het vrouwtje (nog)niet met haar achterlijf is verbonden met het mannetjetandemhouding/-positiezie Tandemtaxonomiestudie van de onderlinge verwantschap van organismen, op grond waarvan de libellen een zogenoemde orde vormen; deze orde wordt verder onderverdeeld in onderorden (Anisoptera en Zygoptera), families (bv. Aeshnidae), geslachten (bv. Aeshna) en soorten (bv. Aeshna cyanea); soms worden soorten nog weer onderverdeeld in ondersoortenterritoriumgebiedje dat door mannetjeslibellen geburende enige tijd wordt verdedigd tegen andere mannetjes, meestal langs de waterkantuitgekleurdhet volledig op kleur zijn van een imagouitsluipenlaatste vervelling van een libellenlarve, waarbij het imago tevoorschijn komtuitsluippiekperiode in het jaar waarin de meeste individuen van een libellensoort uitsluipenverlandinghet natuurlijke overgangsproces van water naar land, waarbij het water geleidelijk dichtgroeit met planten, meestal vanuit de oeververlandingsvegetatievegetatie die zorgt voor het langzaam dichtgroeien van een waterlichaamverlandingszone(oever)zone die dichtgroeid met waterplanten, waardoor verlanding optreedtvermestingander woord voor eutrofiëring; sterke verrijking van het water met voedingsstoffen, zoals nitraat en fosfaatvers imagopas uitgeslopen, nog niet gelachtsrijp imago, herkenbaar aan bleke kleur en glimmende vleugelsversnipperingsterke opdeling van het leefgebied van een soort, waardoor (te) kleine, geïsoleerde populaties ontstaanverzuringsterke daling van de zuurgraad (pH) van het water, waardoor het water zuurder wordt; vaak veroorzaakt door milieuvervuilingvleugelvoorrandzie Anatomie van de libelvliegpiekperiode in het jaar waarin de meeste imago's van een libellensoort worden waargenomenvliegtijdperiode in het jaar waarin de imago's van een libellensoort aanwezig zijnvoorvleugelzie Anatomie van de libelzwerverimago dat zich buiten zijn normale verspreidingsgebied bevindt, of op grote afstand van het water waaruit het is uitgeslopenzwerfgedragverplaatsing van een imago over (vrij) grote afstand, waarbij geen sprake is van een duidelijke trekrichtingZygopteraonderorde van de Gelijkvleugeligen; juffersLaatste wijziging: 13 oktober 2008 |
|||